Basiskennis fotografie

Diafragma: licht en scherptediepte bepalen

Het diafragma regelt hoeveel licht het objectief doorlaat en bepaalt voor een belangrijk deel hoeveel van een foto scherp wordt weergegeven. Daardoor is het tegelijk een technisch én creatief hulpmiddel.

Als je fotografeert kijk je anders. Als je anders kijkt zie je meer. Als je meer ziet beleef je meer.

Overzicht

Snel naar het juiste onderdeel

Je hoeft dit hoofdstuk niet in één keer te lezen. Kies het onderdeel dat past bij je vraag of fotosituatie.

1 · De basis

Wat is het diafragma?

Het diafragma is een verstelbare opening in het objectief. De lamellen regelen hoeveel licht wordt doorgelaten en beïnvloeden tegelijk de scherptediepte.

Lamellen als de pupil van het objectief

De opening bestaat uit metalen lamellen die over elkaar schuiven. Door deze lamellen te bewegen wordt de opening groter of kleiner. Je kunt dit vergelijken met de pupil van je oog: bij weinig licht wordt de pupil groter en bij veel licht kleiner.

Laag f-getal

Een waarde zoals f/1.8 of f/2.8 betekent een grote opening. Er valt veel licht op de sensor en de scherptediepte is meestal klein.

Hoog f-getal

Een waarde zoals f/11 of f/16 betekent een kleine opening. Er valt minder licht op de sensor en de scherptediepte is meestal groter.

Onthoud

Een klein f-getal geeft een grote opening; een groot f-getal geeft een kleine opening.

2 · Zelf ontdekken

Bekijk zelf wat het diafragma doet

Beweeg de schuifregelaar. De lamellen, het f-getal, de hoeveelheid licht, de scherptediepte en de onscherpte in de voorbeeldscène veranderen gelijktijdig.

Probeer dit

Vergelijk eerst f/2.8 met f/16. Let daarna bij de tussenliggende waarden op de beweging van de lamellen, de hoeveelheid licht en de steeds duidelijker wordende achtergrond.

3 · Licht

Diafragmawaarden en stops

Een volledige diafragmastop verdubbelt of halveert de hoeveelheid licht. De bijzondere getallenreeks beschrijft steeds de verhouding tussen brandpuntsafstand en opening.

Zes diafragmaopeningen van f/2.8 tot f/16 met de relatieve hoeveelheid licht
Iedere volledige stop halveert de hoeveelheid licht: van 100% bij f/2.8 tot 3,125% bij f/16.

De traditionele reeks

f/1 – f/1.4 – f/2 – f/2.8 – f/4 – f/5.6 – f/8 – f/11 – f/16 – f/22

Iedere stap naar rechts halveert de hoeveelheid licht. Iedere stap naar links verdubbelt de hoeveelheid licht.

4 · Scherptegebied

De invloed op de scherptediepte

Scherptediepte is het gebied vóór en achter het scherpstelpunt dat in de foto voldoende scherp lijkt. Een grote opening geeft meestal een kleiner scherptegebied dan een kleine opening.

Dezelfde bloem van f/1.4 tot f/16 met een steeds duidelijker wordende achtergrond
Van f/1.4 naar f/16: de opening wordt kleiner en de achtergrond wordt steeds duidelijker weergegeven.

Diafragma is niet de enige factor

Ook de afstand tot het onderwerp, de brandpuntsafstand, het sensorformaat, de afstand tussen onderwerp en achtergrond en de uiteindelijke vergroting bepalen hoeveel scherptediepte zichtbaar is.

Praktisch

Ga dichter naar het onderwerp, vergroot de afstand tot de achtergrond of gebruik een langere brandpuntsafstand wanneer je een rustigere, onscherpe achtergrond wilt.

5 · Achtergrond

Achtergrondonscherpte en bokeh

Achtergrondonscherpte beschrijft hoeveel onscherpte zichtbaar is. Bokeh beschrijft hoe die onscherpte eruitziet.

De vorm en het aantal diafragmalamellen, het optische ontwerp, het gekozen diafragma en de afstand tot de achtergrond hebben allemaal invloed.

Paarse bloem met zachte ronde bokeh in de achtergrond
Een grote, vrijwel ronde opening geeft zachte ronde lichtcirkels.
Dezelfde paarse bloem met zevenhoekige bokeh
Bij sluiten van het diafragma kan de vorm van de lamellen zichtbaar worden.

6 · Technische kwaliteit

Diafragma en beeldkwaliteit

Bij volle opening kunnen de beeldhoeken iets zachter zijn. Sterk sluiten vergroot de scherptediepte, maar kan door diffractie juist fijne details verzachten.

De sweet spot

Bij volle opening kunnen vignettering, chromatische aberratie of coma duidelijker zichtbaar zijn. Door het diafragma één of twee stops te sluiten, nemen scherpte en contrast vaak toe. Veel moderne objectieven zijn bij hun maximale opening echter al bijzonder goed.

Maximale openingVaak gunstig bereik
f/1.4ongeveer f/2.8–f/4
f/1.8ongeveer f/2.8–f/4
f/2.8ongeveer f/4–f/5.6
f/4ongeveer f/5.6–f/8
f/5.6ongeveer f/8–f/11

Deze waarden zijn richtlijnen. Het optimale diafragma verschilt per objectief, brandpuntsafstand en scherpstelafstand. De fotografische bedoeling blijft belangrijker dan een theoretische sweet spot.

7 · Landschap

De hyperfocale afstand

De hyperfocale afstand is de dichtstbijzijnde afstand waarop je kunt scherpstellen waarbij oneindig nog voldoende scherp wordt weergegeven.

Schema van de hyperfocale afstand met scherpte vanaf ongeveer de helft van H tot oneindig
Stel je scherp op H, dan loopt het aanvaardbaar scherpe gebied ongeveer vanaf de helft van die afstand tot oneindig.

24 mm en f/8 op fullframe

Bij een fullframecamera, 24 mm en f/8 ligt de berekende hyperfocale afstand volgens een gangbare norm rond 2,4 meter. Stel je op die afstand scherp, dan lijkt het beeld vanaf ongeveer 1,2 meter tot oneindig voldoende scherp.

8 · Instellen

Camera-tip voor Nikon, Canon en Sony

Voor het oefenen is diafragmavoorkeuze het gemakkelijkst. Jij kiest het diafragma en de camera bepaalt een passende sluitertijd.

Nikon en Sony

Gebruik de A-stand. Verander het diafragma met de ingestelde voorste of achterste instelschijf.

Canon

Gebruik de Av-stand — Aperture Value. Ook hier bepaalt de camera automatisch de sluitertijd.

9 · Praktische keuze

Welk diafragma kies je in de praktijk?

De waarden hieronder zijn vertrekpunten, geen vaste regels. Kies eerst de gewenste beeldwerking en controleer daarna of sluitertijd en ISO nog geschikt zijn.

OnderwerpUitgangspuntReden
Portretf/1.8–f/4Kleine scherptediepte en rustige achtergrond
Groepsportretf/5.6–f/8Meerdere personen voldoende scherp
Concertf/1.8–f/4Fotograferen bij weinig licht

10 · Zelf ervaren

Praktische oefeningen

Open één oefening tegelijk, houd standpunt en scherpstelpunt gelijk en vergelijk de resultaten op volledige grootte.

1. De volledige diafragmareeks vergelijken
  1. Zet Nikon of Sony in de A-stand, of Canon in de Av-stand.
  2. Kies een onderwerp met voldoende afstand tot de achtergrond.
  3. Maak vanaf hetzelfde standpunt foto’s met f/2.8, f/4, f/5.6, f/8, f/11 en f/16.
  4. Stel steeds op hetzelfde punt scherp en noteer de gekozen sluitertijd.
  5. Vergelijk scherptediepte, achtergrond, bokeh en fijne details.
2. Waar let je op bij het vergelijken?
  • Hoe snel wordt de achtergrond herkenbaar?
  • Blijven onscherpe lichtpunten rond of worden ze hoekig?
  • Bij welk diafragma zijn midden en hoeken het scherpst?
  • Vanaf welke waarde worden fijne details door diffractie zachter?
  • Wordt de sluitertijd nog kort genoeg voor fotograferen uit de hand?
Samengevat

Met het diafragma regel je niet alleen licht, maar ook scherptediepte, achtergrondonscherpte en een deel van de beeldkwaliteit. Er bestaat geen beste waarde voor iedere foto: de juiste keuze hangt af van onderwerp, licht en bedoeling.

Verder leren

Plaats diafragma in het grotere geheel

Diafragma werkt altijd samen met sluitertijd en ISO. Verdiep je daarna verder in scherptediepte, brandpuntsafstand en technieken zoals focus stacking.