Basiskennis fotografie

Diafragma: licht en scherptediepte bepalen

Het diafragma regelt hoeveel licht het objectief doorlaat en bepaalt voor een belangrijk deel hoeveel van een foto scherp wordt weergegeven. Daardoor is het tegelijk een technisch én creatief hulpmiddel.

Als je fotografeert kijk je anders. Als je anders kijkt zie je meer. Als je meer ziet beleef je meer.

Wat is het diafragma?

Het diafragma is een verstelbare opening in het objectief. De opening bestaat uit metalen lamellen die over elkaar schuiven. Door deze lamellen te bewegen wordt de opening groter of kleiner. Je kunt dit vergelijken met de pupil van je oog: bij weinig licht wordt de pupil groter en bij veel licht kleiner.

Laag f-getal

Een waarde zoals f/1.8 of f/2.8 betekent een grote opening. Er valt veel licht op de sensor en de scherptediepte is meestal klein.

Hoog f-getal

Een waarde zoals f/11 of f/16 betekent een kleine opening. Er valt minder licht op de sensor en de scherptediepte is meestal groter.

Onthoud: een klein f-getal geeft een grote opening; een groot f-getal geeft een kleine opening.

Waarom werkt het f-getal andersom?

Het f-getal is een verhouding tussen de brandpuntsafstand en de diameter van de opening. Bij een 50mm-objectief is de opening bij f/2 ongeveer 25 mm groot. Bij f/10 is dat ongeveer 5 mm. Daarom wordt de opening kleiner als het getal achter de f groter wordt.

De maximale opening van een objectief

Op een objectief staat de grootste beschikbare opening, bijvoorbeeld 50mm f/1.8, 24–70mm f/4 of 70–200mm f/2.8. Een objectief met een grote maximale opening wordt lichtsterk genoemd. Bij sommige zoomobjectieven blijft de maximale opening over het hele bereik gelijk. Andere hebben bijvoorbeeld f/4–6.3: tijdens het inzoomen wordt de grootste opening dan kleiner.

Bekijk zelf wat het diafragma doet

Beweeg de schuifregelaar. De lamellen, het f-getal, de hoeveelheid licht en de onscherpte in de voorbeeldscène veranderen gelijktijdig.

Diafragmawaarden en stops

De traditionele reeks van volledige diafragmastops is: f/1 – f/1.4 – f/2 – f/2.8 – f/4 – f/5.6 – f/8 – f/11 – f/16 – f/22. Iedere stap naar rechts halveert de hoeveelheid licht. Iedere stap naar links verdubbelt de hoeveelheid licht. Moderne camera’s kunnen meestal ook in halve of derde stops werken.

diafragma stopsIedere volledige stop halveert de hoeveelheid licht: van 100% bij f/2.8 tot 3,125% bij f/16.

De belichting gelijk houden

Maak je een goed belichte foto met f/4, 1/250 seconde en ISO 100 en verander je naar f/5.6, dan komt één stop minder licht binnen. Je kunt dit compenseren met 1/125 seconde of ISO 200. Verander je van f/4 naar f/2.8, dan komt juist één stop meer licht binnen en kan de sluitertijd naar 1/500 seconde.

Daarom vormen diafragma, sluitertijd en ISO samen de belichtingsdriehoek: een verandering van de ene instelling vraagt vaak om een aanpassing van een andere.

De invloed op de scherptediepte

Scherptediepte is het gebied vóór en achter het scherpstelpunt dat in de foto voldoende scherp lijkt. Een grote opening, zoals f/1.8 of f/2.8, geeft meestal een kleine scherptediepte. Een kleine opening, zoals f/8 of f/11, geeft meestal een grotere scherptediepte.

scherptediepte reeks

Van f/1.4 naar f/16: de opening wordt kleiner en de achtergrond wordt steeds duidelijker weergegeven.

Diafragma is niet de enige factor

Ook de afstand tot het onderwerp, de brandpuntsafstand, het sensorformaat, de afstand tussen onderwerp en achtergrond en de uiteindelijke vergroting bepalen hoeveel scherptediepte zichtbaar is.

Brandpuntsafstand en standpunt

Bij hetzelfde standpunt, dezelfde scherpstelafstand en hetzelfde diafragma geeft een langere brandpuntsafstand doorgaans een kleinere scherptediepte. Een 24mm-objectief toont meestal meer scherpte dan een 200mm-objectief. Wil je het onderwerp bij beide brandpuntsafstanden even groot in beeld houden, dan moet je met de telelens verder naar achteren. Daardoor wordt het verschil in scherptediepte kleiner, maar de achtergrond oogt door de smallere beeldhoek vaak groter, rustiger en dichterbij.

Brandpuntsafstand, opnameafstand en kadrering werken samen. Je kunt hun invloed niet helemaal los van elkaar beoordelen.

Afbeeldingsvergroting en uitsnijden

Afbeeldingsvergroting is geen camera-instelling. Hoe groter je een foto toont of afdrukt, hoe eerder kleine verschillen in scherpte zichtbaar worden. Ook een sterke uitsnede vergroot onscherpte, cameratrilling, ruis en fouten in de scherpstelling. De kijkafstand speelt eveneens mee.

 

Achtergrondonscherpte en bokeh

Achtergrondonscherpte beschrijft hoeveel onscherpte zichtbaar is. Bokeh beschrijft hoe die onscherpte eruitziet. De vorm en het aantal diafragmalamellen, het optische ontwerp, het gekozen diafragma en de afstand tot de achtergrond hebben allemaal invloed.

bokeh rondEen grote, vrijwel ronde opening geeft zachte ronde lichtcirkels.

bokeh hoekigBij sluiten van het diafragma kan de vorm van de lamellen zichtbaar worden.

 

Hoe verder de achtergrond achter het onderwerp ligt, hoe onscherper deze meestal wordt weergegeven. Een langere brandpuntsafstand, een kleinere afstand tot het onderwerp en een grotere opening kunnen dat effect versterken. Kijk vóór het afdrukken daarom niet alleen naar het onderwerp, maar ook naar lichte vlekken, takken, lijnen en drukke patronen in de achtergrond.

Diafragma en beeldkwaliteit

Bij volle opening kunnen de beeldhoeken iets zachter zijn en zijn vignettering, chromatische aberratie of coma soms duidelijker zichtbaar. Door het diafragma één of twee stops te sluiten, nemen scherpte en contrast vaak toe. Veel moderne objectieven zijn bij hun maximale opening echter al bijzonder goed.

De sweet spot

Maximale openingVaak gunstig bereik
f/1.4 ongeveer f/2.8–f/4
f/1.8 ongeveer f/2.8–f/4
f/2.8 ongeveer f/4–f/5.6
f/4 ongeveer f/5.6–f/8
f/5.6 ongeveer f/8–f/11

Deze waarden zijn richtlijnen. Het optimale diafragma verschilt per objectief, brandpuntsafstand en scherpstelafstand. De fotografische bedoeling blijft belangrijker dan een theoretische sweet spot.

Diffractie bij kleine openingen

Wanneer licht door een zeer kleine opening gaat, buigt het langs de randen van de lamellen enigszins af. Hierdoor lopen de kleinste details steeds meer in elkaar over. Diffractie veroorzaakt geen verkeerde scherpstelling: het hele beeld verliest geleidelijk een deel van zijn fijnste details.

diffractie vergelijkingIllustratieve vergelijking: bij f/22 worden de fijnste details door diffractie duidelijk zachter.

Praktische afweging: f/8 geeft vaak een goede balans. f/11 biedt meer scherptediepte. Bij f/16 en f/22 wordt diffractie meestal duidelijker, maar zo’n klein diafragma kan toch de beste keuze zijn als extra scherptediepte belangrijker is.

Stervormige lichtbronnen

Bij f/11 of f/16 kunnen kleine heldere lichtbronnen veranderen in sterren. Bij een even aantal lamellen is het aantal stralen meestal gelijk aan het aantal lamellen; bij een oneven aantal meestal tweemaal zo groot.

sterstralen f16Een klein diafragma kan puntvormige lichtbronnen veranderen in opvallende sterren.

Macro en focus stacking

Bij macrofotografie is de scherptediepte vaak maar enkele millimeters. f/16 of f/22 geeft meer scherptediepte, maar kan fijne details verzachten. Een alternatief is meerdere foto’s met verschillende scherpstelpunten samenvoegen. Deze techniek heet focus stacking en krijgt binnen Camerahobby een eigen pagina.

De hyperfocale afstand

De hyperfocale afstand is de dichtstbijzijnde afstand waarop je kunt scherpstellen waarbij oneindig nog voldoende scherp wordt weergegeven. Stel je op deze afstand scherp, dan loopt het aanvaardbaar scherpe gebied ongeveer vanaf de helft van die afstand tot oneindig.

hyperfocale afstand 

Bij een fullframecamera, 24 mm en f/8 ligt de berekende hyperfocale afstand volgens een gangbare norm rond 2,4 meter. Stel je op die afstand scherp, dan lijkt het beeld vanaf ongeveer 1,2 meter tot oneindig voldoende scherp.

H = f² ÷ (N × c) + f

In de praktijk kun je een scherptedieptetabel, app, online calculator of afstandsschaal gebruiken. Beschouw de uitkomst als uitgangspunt: alleen het scherpstelvlak is maximaal scherp en moderne camera’s, grote afdrukken en sterke uitsneden stellen hogere eisen.

Camera-tip voor Nikon, Canon en Sony

Voor het oefenen is diafragmavoorkeuze het gemakkelijkst. Jij kiest het diafragma en de camera bepaalt een passende sluitertijd.

Nikon en Sony

Gebruik de A-stand. Verander het diafragma met de ingestelde voorste of achterste instelschijf.

Canon

Gebruik de Av-stand — Aperture Value. Ook hier bepaalt de camera automatisch de sluitertijd.

Wil je zowel diafragma als sluitertijd zelf bepalen, gebruik dan bij alle drie de merken de M-stand. Met Auto ISO kan de camera de ISO-waarde automatisch aanpassen. Controleer bij kleine openingen altijd of de sluitertijd niet te lang wordt voor fotograferen uit de hand.

Welk diafragma kies je in de praktijk?

OnderwerpUitgangspuntReden
Portretf/1.8–f/4Kleine scherptediepte en rustige achtergrond
Groepsportretf/5.6–f/8Meerdere personen voldoende scherp
Landschapf/8–f/11Balans tussen scherpte en scherptediepte
Macrof/5.6–f/11Meer scherptediepte zonder extreem te sluiten
Natuur en dierenf/4–f/8Onderwerp losmaken van de achtergrond
Sportf/2.8–f/5.6Veel licht voor korte sluitertijden
Concertf/1.8–f/4Fotograferen bij weinig licht
Avond en nachtf/2.8–f/11Afhankelijk van beweging, statief en stervorming
Sterrenf/1.4–f/2.8Zo veel mogelijk sterrenlicht opvangen

Dit zijn uitgangspunten, geen vaste regels. Kies eerst de gewenste beeldwerking en controleer daarna of sluitertijd en ISO nog geschikt zijn.

Zelf oefenen

  1. Zet Nikon of Sony in de A-stand, of Canon in de Av-stand.
  2. Kies een onderwerp met voldoende afstand tot de achtergrond.
  3. Maak vanaf hetzelfde standpunt foto’s met f/2.8, f/4, f/5.6, f/8, f/11 en f/16.
  4. Stel steeds op hetzelfde punt scherp en noteer de gekozen sluitertijd.
  5. Vergelijk scherptediepte, achtergrond, bokeh en fijne details.
Samengevat: met het diafragma regel je niet alleen licht, maar ook scherptediepte, achtergrondonscherpte en een deel van de beeldkwaliteit. Er bestaat geen beste waarde voor iedere foto: de juiste keuze hangt af van onderwerp, licht en bedoeling.

Verder lezen

Information

All images are for demonstration purpose only. You will get the demo images with the QuickStart pack.

Also, all the demo images are collected from Unsplash. If you want to use those, you may need to provide necessary credits. Please visit Unsplash for details.